" HET MOLENVEEN" : VAN VUILNISBELT TOT PLANTSOEN

Bij het bekijken van de plattegrond van het dorp Voorthuizen valt "Het Molenveen" direkt in het oog. Door de groei van Voorthuizen is de plas met het bijbehorende plantsoen prachtig centraal komen te liggen ten opzichte van de verschillende woonwijken.

"Het Molenveen", de naam zegt het eigenlijk al, werd door de opvolgende molenaars van Voorthuizen gebruikt om er turf te steken. Dit recht hadden zij verworven van de Maalschap Voorthuizen.
De veenplas is bijzonder oud. In het door gemeentebode Bouwheer zo keurig overgeschreven malenboek vinden we op 12 juni 1688:

,, Er is goetgevonden tot voorkominge van alle gevreesde ongelucken dat men van nuw voor den tijt van ses achtereen volgende jaeren uijt het Meuleveen, gelegen tot Voorthuijsen, geen turf of slijck graven sullen op boete van 5 gulden."

Het recht om turf te mogen steken werd door de Maalschap Voorthuizen wel meer uitgegeven en een groot aantal plassen rond Voorthuizen droeg in vroeger tijd de sporen van de verveningen. Op grote schaal werd in de 14e eeuw in Zwartebroek aan de winning van turf gedaan; het kaarsrecht wegenpatroon getuigt hier nog van.

In het malen boek is nog meer over het .Molenveen" te vinden. In 1729 krijgt een zekere Hendrik Steegeman van de Maalschap een stukje malenveld aan het Molenveen in pacht om daarop een looi- en kalkkuip te zetten "tot sijn eigen gebruijk". Voorts werd bepaald dat, indien hij mocht komen te overlijden of met looien zou stoppen, het gepachte veld aan de Maalschap zou vervallen.

Bij de opheffing van de Maalschap Voorthuizen in 1877 werd het Molenveen met de bleek bij de toebedeling aan het gemeentebestuur van Barneveld aangeboden. Hierbij werden dan wel die gronden in mindering gebracht, waarop de gemeente eventueel recht zou hebben bij de werkelijke verdeling van , ,de gemene gronden". De gemeente werd daarbij de verplichting opgelegd om de gelegenheid tot wassen en bleken, overeenkomstig het toenmalig gebruik, te laten bestaan. Deze laatste, zindelijke traditie bleek echter geen stand te kunnen houden want de inwoners van Voorthuizen gebruikten het Molenveen later om er hun huisvuil in te dumpen.

In het begin van de jaren vijftig van deze eeuw besloot het gemeentebestuur van Barneveld om rond het Molenveen een plantsoen aan te leggen. De Nederlandsche Heidemaatschappij kreeg opdracht een rapport op te maken, welk stuk in 1952 gereed kwam. Hierin stond onder meer:

"Het Molenveen, van oudsher een diepe plas, is in de loop der jaren over een oppervlakte van ± 0,44 ha volgestort met huisvuil uit het dorp Voorthuizen. De resterende oppervlakte wordt thans voornamelijk gevormd door een diepe rietput, terwijl ver, der door en rondom het "Molenveen" enkele diepe, oude sloten voorkomen, waarvan de slootkanten zijn begroeid met elzenhakhout en wilg". Verder in het rapport is sprake van ,, veenachtige grond".

De plannen werden uitgevoerd en het .Molenveen" werd een fraai plantsoen waar het goed toeven was.
Op initiatief van de vereniging voor Plaatselijk Belang te Voorthuizen werd er, eveneens in de jaren vijftig, een groot aantal watervogels in de plas uitgezet. In 1955 bestond de bevolking uit 2 zwanen, 46 eenden en een groot aantal edel karpers. Deze laatsten waren hier uitgezet door de Hengelsportvereniging Barneveld die het Molenveen als kweekplaats voor deze dieren gebruikte.

In de wintermaanden wordt het Molenveen -als er tenminste ijs ligt- intensief als ijsbaan benut door de Voorthuizense jeugd. Andere sporters, de leden van de Lawn Tennis Club "Molenveen" hopen in de buurt van het plantsoen nog eens een paar tennisbanen te krijgen. 't Is een aardig idee om daar in de buurt een klein sportcomplexje aan te leggen. Misschien zouden ze dan de nabij gelegen "Smeehut" als clubhuis kunnen gebruiken. Deze stulp, want meer mag je het eigenlijk niet noemen, dankt waarschijnlijk zijn naam aan het feit dat hier vroeger een smederij was gevestigd.