,,DE ROSKAM" , THANS HUIZE " ZANDBERGEN"

Zoals ook in het eerste hoofdstuk van dit boekje staat vermeld, heeft Voorthuizen zijn naam te danken aan de doorwaadbare plaats in de Ganzenbeek. Deze "voorde" was van groot belang voor de Amersfoortse-Deventerse hessenweg, welke door de voerlieden gebruikt werd als verbindingsroute tussen Duitsland en Holland. Vele hessenkarren met zes- en soms wel achtspannen ervoor hebben in de loop der tijden langs deze weg gedaverd. Ook kreeg deze weg later veel betekenis als kortste verbinding tussen 's Gravenhage en het vorstelijk verblijf "Het Loo" bij Apeldoorn.

Een logisch gevolg van al dit drukke verkeer was dat er vele pleisterplaatsen langs deze route werden gevestigd. Hier konden de dorstige passagiers van de reiskoetsen, de voerlui van de hessenkarren en de paarden natuurlijk zich laven aan een frisse dronk. Vaak was er de mogelijkheid een paard te laten beslaan en het is dan ook geen wonder dat er langs dergelijke routes meerdere smederijen te vinden zijn. In Voorthuizen bijvoorbeeld smederij Van Voorst.

In dit hoofdstukje zullen we ons bepalen tot "De Roskam", of het , , Utrechts-Deventerse Posthuis". Aangenomen mag worden dat de herbergiers van , , De Roskam", behalve de rol van kastelein, ook nog die van boer vervulden en waarschijnlijk ook nog die van brouwer. Dat was vroeger zo de gewoonte. Er wordt wel eens gezegd dat tot de beste beroepen ter wereld dat van "brouwer" en van "kastelein" gerekend mogen worden. In die goede, oude tijd was het namelijk de gewoonte van vele brouwers hun brouwsel "een weinig aan te lengen" en de kasteleins waren (in die dagen!!!) vaak behept met een beverige hand die oorzaak was, dat er maar op los "geturfd" werd. Velen hadden dan ook meer op hun , ,kerfstok" dan ze in werkelijkheid hadden verteerd. Buiten de verteringen van de passanten kon de herbergier éénmaal in de drie jaar rekenen op de zitting van de Voorthuizer-, Harseler- en Wikseler maalschap. Deze maaldagen werden tot 1732 gehouden in "De Moriaen" doch om ieder geregeld de klandizie te gunnen werd toen besloten alle herbergen hierin te betrekken.

,,De Roskam" was, naar maatstaven uit die tijd, een vrij omvangrijk bezit. Dit moge ondermeer blijken uit de schadeclaim die herbergier Hendrik van Ansen in 1795 indiende, waarbij hij het ambtsbestuur verzocht hem een schadevergoeding van f 11.000,- toe te willen kennen wegens "plunderinge van zijn inboedel en brand van sijn huijs en schuur door de Engelsen op den 19 January 1795".

Volgens de maalschapsverslagen, die in afschrift in de in het Gemeentearchief van Barneveld ondergebrachte collectie Bouwheer aanwezig zijn, is de naam van "De Roskam" omstreeks 1779 veranderd in die van "Utrechts-Deventerse Pesthuis".

Het tegenwoordige huis , ,Zandbergen" dateert volgens muurankers uit 1795, welk nieuw pand is opgetrokken door Hendrik van Ansen na de brandstichting door de Engelsen op 19 januari 1795. Het huis dankt zijn naam hoogst waarschijnlijk aan de in de nabijheid gelegen .Zevenberqies" of "De Heuveltjes", welke naar men wel aanneemt, van kunstmatige oorsprong zijn. Vele waardevolle, archeologische vondsten werden eertijds al aan het licht gebracht.

In de jaren 1971 en 1972 liet de huidige eigenaar van het pand, oud-burgemeester van Barneveld, K. van Diepeningen, "Zandbergen" restaureren. Het huis mag thans één van de fraaiste panden in het dorp Voorthuizen genoemd worden. In de lommerrijke omgeving is het goed toeven, een omstandigheid waar in het verleden vele groten van Nederland ook al van hebben geprofiteerd, zoals Koning Lodewijk Napoleon, Constantijn Huijgens de jongere die secretaris van koning-stadhouder Willem 111 was en de bekende achttiende eeuwse tekenaar Cornelis Pronck, die in 1729 , , De Roskam" vereeuwigde en er bij schreef: ,, ... daer is een herbergh daer de Roskam uijthangt en hiernevens is te sien door Pronck na 't leven geteekend. Als wij daer pleisterden, hier is een goed intree voor den Rijsiger: dese herberg staet het uijterste hu ijs van het dorp Voorthuijsen".