Zendingsgeld of snoepgeld?

In 1890 koopt Albertus van Bemmel in opdracht van klompenmaker Aart van de Haar (circa 1853) een stuk grond aan de Kerkstraat. In 1894 deelt Van de Haar de grond met Van Bemmel. Aalt van de Haar bouwt op zijn helft een woning, waar op 31 mei 1895 dochter Jannetje wordt geboren. Als Jannetje volwassen is, begint ze een winkeltje waar ze van alles verkoopt. Op de deel heeft Jannetje producten als petroleum, groene zeep, schoensmeer en kachelglans. In de winkel liggen koffie, suiker, havermout en andere levensmiddelen op voorraad. Tijdens de hooibouw komen de boeren 's morgens om 03:00 uur soms al langs voor een streeksel - om de zeis te scherpen - van een dubbeltje. Ook de twee scholen in de Kerkstraat leveren Jannetje van de Haar de nodige klandizie op. Voor en na schooltijd wipt de Voorthuizense jeugd aan om dropjes en zoethout te halen, die Jannetje op de koperen weegschaal afweegt in een puntzak. Boze tongen beweren dat heel wat zendingsgeld bij Jannetje in de lade belandt. Desondanks leeft ze erg zuinig. Als het 's winters vriest zit ze met haar handen om een kacheltje waar geen houtblok in ligt, maar een brandende kaars. Op de deel liggen gele klinkertjes, die altijd brandschoon zijn. Op de toonbank staat een schaaltje van zo'n 20 bij 30 cm met dropjes van verschillende prijzen: 2 voor een halve cent, 3 of 4 voor een halve cent. Voor het kleine winkelraam staan potten met snoepgoed. Voor een cent krijg je twintig ruitdropjes, die - hoewel Jannetje ze nauwkeurig telt - thuis nog eens worden nageteld. Als de slager speklapjes komt brengen, zegt Jannetje standaard: 'Wat zijn ze weer vet!'. Ze vergeet voor het gemak dat ze zelf vette besteld heeft, omdat magere te duur zijn. Op de 'deel staat jannetjes melkkoe en achter het huis ligt een weitje met kromme appelbomen. Er is ook een groentetuin, die Jannetje keurig bijhoudt. Ze zaait of poot nooit iets voordat het 'Biddag voor gewas en arbeid' is geweest, want Jannetje is een vrome vrouw. Ze heeft een eigen levensstijl en is goed op de hoogte van kerkelijke en maatschappelijke ontwikkelingen. Jannetje blijft het winkeltje runnen totdat zij in mei 1973 op 78-jarige leeftijd overlijdt. Haar huis wordt vervolgens een tijdje bewoond door buitenlandse gastarbeiders. Later trekt de familie Zwanenburg erin.

Bron: 10 pond grutten | Gijs Donkersteeg.