Of het rivaliteit tussen Barneveld en Voorthuizen is, zal wellicht altijd een vraag blijven, maar vast staat dat er in december 1909 plannen ontstaan om ook in Voorthuizen een wekelijkse eiermarkt te gaan houden. Rondom het dorp zitten in die tijd namelijk nogal wat pluimveehouders en zij hoeven dan niet meer op donderdag naar de Barneveldse markt. 

Er wordt een commissie opgericht die ernaar streeft om met ingang van 1 maart 1910 elke dinsdag markt te houden. Op die datum gaat de markt inderdaad van start. Hoewel het weer minder gunstig is, wordt de aanvoer bevredigend geacht. Boter en 50.000 eieren worden verhandeld. Door de kraampjes die de kooplui hebben neergezet, krijgt het initiatief een echt markt- karakter. In 1922 wordt er achter De Vergulde Wagen een markthal gebouwd die in de volksmond al gauw het Leeuwenhok heet. Bij raadsbesluit van de gemeente Barneveld krijgt de markt van 12 augustus 1924 een officiële status. Daarbij wordt de eieren-, pluimvee- en varkensmarkt te Voorthuizen ingesteld met de dinsdag als marktdag. Op die dag hoor je 's morgens al vroeg het geklepper van klompen van de boeren en boerinnen die met een mand eieren naar de markt trekken, benieuwd naar de eierprijs, want een cent meer of minder is heel wat.

Na het marktbezoek wordt een deel van het ontvangen eiergeld meestal meteen besteed bij de plaatselijke middenstand waar het boerenvolk inkopen voor de komende week doet. Met een mand vol boodschappen trekt men dan weer huiswaarts.

Bij de bevrijding van Voorthuizen op 17 april 1945 raakt de markthal zwaar beschadigd. Het nog bruikbare hout wordt gebruikt om de eveneens beschadigde Koningin Emmaschool aan de Kerkstraat te herstellen. De markt krijgt onderdak in de grote zaal van De Vergulde Wagen. In 1939 worden er 6.000.000 eieren aangevoerd, in 1956 2.420.000 en in 1964 maar liefst 2.756.000. Mede door de opkomst van eierveilingen neemt de aanvoer geleidelijk af, totdat er in 1962 na 42 jaar een einde komt aan de Voorthuizense markt.