SMID EFFRINK EN DE VOORTHUIZER JUFFERTJES

Eén van de oudste , ,zaken" op het Smidsplein zou wel eens de smederij van Van Effrink geweest kunnen zijn. De smederij werd in 1837 geopend en zou tot 1926 in eigendom van de familie Van Effrink blijven. ,,Bondsrijwielhersteller" G. van Effrink is wel de bekendste telg uit dit smedengeslacht. Gedurende lange tijd diende hij de gemeente Barneveld als wethouder en terecht werd er in het dorp Voorthuizen een straat naar hem vernoemd. Van Effrink staat bekend als de eerste busondernemer in het dorp, een zaak die later door Klaas Visser werd overgenomen. De smederij was toen definitief veranderd in een rijwielherstelplaats waar ook auto's werden gerepareerd. Met de autobus werd naar markten gereden en werden busdiensten onderhouden met omliggende dorpen.

Wijlen de heer Van Nederpelt, die men met recht de Voorthuizense Bouwheer zou kunnen noemen, beschouwde de smederij van Van Effrink zelfs als de oudste zaak in het dorp met als , ,goede tweede" de bazar van Anna Bos man die in 1838 aan de Van den Berglaan werd gevestigd.

Deze zaak ging later over in handen van Jan Hendrik Dekker en werd in 1901 verplaatst naar de Hoofdstraat waar men de naam ,,De Bijenkorf" voerde.

Op 28 oktober 1850 kwam een zekere B. van Broekhuizen uit Amersfoort die zich als schoenmaker aan de Hoofdstraat vestigde. De heer W. van Veldhuizen zette later de zaak voort. Strikt genomen mogen de hierboven genoemde "winkels" dan wel meer dan honderd jaar oud zijn, de eerste Voorthuizense zaken zijn het niet.

In het Kohier Hoofd- en Haardstedegeld, opgemaakt in 17 49 en berustende in het Gemeentearchief van Barneveld, staan alle inwoners vermeld met daarbij vermeld hun beroep. In dat jaar komen we in het dorp Voorthuizen de volgende beroepen tegen: 1 dominee, 1 koster, 1 kapitein (de heer Boudaan die op Lankeren woonde), 1 schoenmaker, 1 molenaar, 1 schut (een soort diender die het toezicht hield op de malenvelden), 1 rentenierse ( dame die haar schaapjes al op het droge had), 2 winkeliers, 2 timmerlieden, 3 logementhouders, 4 spinsters, 20 daghuurders, 35 landbouwers en 6 armlastigen ( diaconie-bedeelden).

Uit het staatje kunnen we een aantal zaken afleiden. In dat jaar was van een eventuele herberg "De Ring" (zie aldaar) geen sprake, klompen werden er in die tijd nog niet veel gedragen en Voorthuizen had in dat jaar drie winkels (indien men de scnoenmakerij meetelt). Verder is het opvallend dat er geen enkele bakkerij in het dorp gevestigd is. Niet dat het ontbreken ervan nu zo bijzonder is; de meeste inwoners bakten hun broden natuurlijk zelf, maar het grote verschil met het einde van de 19e, begin 20e eeuw valt ons op. In de periode 1900-1910 kende men in hef dorp Voorthuizen 4 bakkers en in de periode 1910-1920: 11bakkers! Dit waren Willem Hendriks, Cornelis Doppenberg, Willem van Koot, Jacob Willemsen, Dirk van Voorst, later opgevolgd door Jan van Ginkel, Aalbert Engelen, Lambertus Koops, Hermanus Volkert, Cornelis van de Burgt en Wouter van den Heuvel. Het is dan ook geen wonder dat men op talloze prentbriefkaarten van het dorp Voorthuizen een bakkerskar afgebeeld ziet!

In het artikel "Pieter Budke, arts te Voorthuizen", geschreven door zijn zoon in de Barneveldse Krant van 27 april 1979, staat dat het grote aantal bakkers de echtgenote van de dokter wel eens wat problemen gaf: ,Onder de banketbakkers was Hendriks de belangrijkste. Enorm was het aantal broodbakkers. Daarvan waren er zoveel, dat mevrouw Budke een rooster opmaakte, waarbij zij bij toerbeurt de klandizie kregen voor een maand' De .Brood-, Koek- en Banketbakkerij "Welgelegen"" van W. Hendriks was gevestigd in het huis "Welgelegen" (zie desbetreffend hoofdstuk). In "De Standaard" van 25 augustus 1933 weet de redakteur te vermelden dat dit huis eens het Jachthuis der Oranjes geweest zou zijn. In 1919 vestigde de heer Hendriks hier zijn bakkerij: ,'t Zijn wèlbestede jaren geweest, de heer Hendriks heeft een energiek initiatief ten toon gespreid, doordat hij zich telkens weer wist aan te passen bij de eisen des tijds. Nimmer zat hij stil, maar steeds stelde hij zijn zaak in op de vraag van het publiek. De Voorthuizer Juffertjes -een kostelijke delicatesse - zijn alom bekend. De Veluwsche Koffiekoek is zelfs van een internationale vermaardheid: ze wordt naar Indië, Engeland. enz. verzonden. Deze koek heeft de bijzondere eigenschap, dat ze, bij 't ouder worden, steeds smakelijker wordt. Thans is er weer een nieuw product uitgekomen: de Hevo-eierbeschuit. Ook dat zal zijn weg wel weer weten te vinden'.