Bijna veertig jaar lang werd deze horecagelegenheid uitgebaat door de familie Van Schayk. De eeuw daarvoor was het in het bezit van drie generaties van de familie Bloys van Treslong, ogenschijnlijk directe afstammelingen van de geuzenkapitein Willem Bloys van Treslong die op 1 april 1572 deelnam aan de inname van Den Briel. Al in 1906 werd aangetoond dat twee kleinzonen van Willem ongehuwd waren overleden, waardoor nageslacht voortaan slechts in de fantasie bestond. De Voorthuizense tak van de familie was ontsproten uit het huwelijk van de tussen 1595 en 1620 als schipper en graanhandelaar te Bergen op Zoom vermelde Jacobus Huybrechts en Truycken Jans van Bloys. Hun zoon nam de naam van zijn moeder aan, die, zij het via bastaardij, afstamde van het middeleeuwse adellijke geslacht. Daarom was de Voorthuizense tak gerechtigd om het in 1815 verleende familiewapen te voeren.

Een van de nazaten van Jacob en Truycken, Cornelis Gerard Johan Bloys van Treslong, werd op 4 april 1790 in Voorburg geboren als zoon van de dijkgraaf van Delfland Cornelis Johan Bloys van Treslong (1752 -1837) en diens nicht Cornelia Geertruijda Bloijs van Treslong (1757 -1831). Zijn vader vocht als kapitein-ter-zee mee in de Slag bij de Doggersbank in 1781 en maakte als kapitein op de 'Monnikendam' deel uit van het eskader van Van Kinsbergen in 1790. Cornelis huwde op 12 juli 1822 te Barne veld met Geertruid Hendriks van Ansen, geboren 14 februari 1793 te Voorthuizen als dochter van Hendrik van Ansen, pikeur (hier waarschijnlijk in de betekenis van opzichter over arbeiders) bij Rijkswaterstaat te Apeldoorn. Cornelis was achtereenvolgens ontvanger der belastingen in Houten en Schoonhoven en controleur der belastingen. Blijkens een volkstellingregister uit 1848 woonde hij toen weer in Voorthuizen, waar hij als 'oeconoom' (volgens de 'Van Dale' van 1848: land- bouwhuishoudkundige, wetenschappelijk landbouwer) werd ingeschreven en op 10 november 1865 overleed. Het echtpaar kreeg tien, erkende, kinderen. Een dochter, Cornelia Geertruyda Isabella was gehuwd met Thomas van Urk, gemeentelijk geneesheer en vroedmeester in Voorthuizen van 1867-1872. Na het overlijden van haar echtgenoot kwam Cornelia terug naar Voorthuizen. De jongste zoon, Johan Gerard Cornelis, trouwde op 5 maart 1878 in Barne veld met Hendrika van Spriel, geboren op 12 april 1837 in Barneveld (Voorthuizen), als dochter van Jan Franszen van Spriel en Gijsbertje van den Brink. Zij zou op 7 maart 1908 zou overlijden. Ook het beroep van Johan werd aangeduid als 'oeconoom'. Hij overleed op 28 juni 1894 te Voorthuizen. Het echtpaar had twee kinderen, die later ongehuwd overleden. Cornelis Gerard Johan, geboren 11 januari 1869, overleden 6 augustus 1935, was onderwijzer in Barneveld en Voorthuizen en daarnaast secretaris van de gemeentelijke commissie tot wering van schoolverzuim. Zijn zuster Gijsbertha Johanna, in het dorp bekend als 'Gijsje', werd geboren op 27 november 1872. Zij was eveneens in het bezit van een onderwijsakte maar voor zag in haar onderhoud door het houden van varkens, kippen en geiten. Daarnaast genoot ze inkomsten uit een winkeltje annex meelhandel in de latere 'Passage'. Zij overleed op 3 juli 1953. Vervolgens nam de familie Van Schayk het pand over en vestigde er een café en cafetaria in.

Zowel de weduwe Hendrika Bloys van Treslong-van Sprielt als haar dochter Gijsje beschikten over een vergunning ingevolge de Drankwet; moeder kreeg die op 30 april 1895 en haar dochter op 29 april 1908. Dat houdt in dat 'De Passage' bijna een eeuw lang, geheel of gedeeltelijk een horecabestemming heeft gehad.