,,HET KIEFTVEEN" EN " DEN AKKER"

Zonder het gebruik van kunstmest, die aan het einde van de negentiende eeuw in steeds grotere hoeveelheden werd geproduceerd, zijn de verbeteringen in de Nederlandse landbouw in die tijd ondenkbaar. Van doorslaggevende betekenis is de kunstmest geweest voor de verdere ontginning van de woeste gronden. In de negentiende eeuw werden talrijke ontginningsmaatschappijtjes opgericht, maar die moesten hun aktiviteiten steeds weer spoedig staken, omdat men door schade en schande tot de ontdekking kwam dat ontginning een kwestie van voldoende mestvoorziening was. Zolang er geen goedkope kunstmest ter beschikking stond, was verdere ontginning onmogelijk. De nog aanwezige oppervlakte woeste grond kon niet verder worden ingekrompen, omdat juist deze de grondstof voor de bemesting, de plaggen leverde. Na invoering van de kunstmest kon men de plaggen ontberen en werd de ontginning op grote schaal voortgezet. Bij de ontginning van de woeste gronden heeft de Nederlandse Heidemaatschappij, opgericht in 1886, een belangrijke rol gespeeld. Aanvankelijk werden onder haar leiding vooral woeste gronden bebost en in een later stadium ook ontgonnen tot wei- en bouwland.

"Het Kieftveen" in Voorthuizen is één van die projekten van de Nederlandse Heide Maatschappij geweest. In de Geïllustreerde Gids voor Voorthuizen uit 1915 werd aan dit ontginningsprojekt aandacht besteed: 'Den Rijksstraatweg volgende komen we rechts aan het prachtige landgoed "Het Kieftveen" ter groote van 115 HA van de WelEd. Geb. Heer L. N. J. Knottnerus. Bijgaande foto's (in dit boekje niet afgebeeld, red.) doen zeer duidelijk zien, wat tegenwoordig op de heide mogelijk is. Immers voor enige jaren was hier alles nog woeste grond. Pas in het voorjaar 1911 werd met de ontginning begonnen en uitgevoerd door de Nederlandsche Heidemaatschappij en grootendeels aangelegd als wei- en bouwland en het overige werd tot bosch bestemd. Reeds in de eerstvolgende jaren werden uitstekende oogsten verkregen van rogge, haver, aardappels, enz., terwijl men zomers in het weiland reeds groote kudden vee ziet grazen'.

Bij de ontginning in 1911 werd van ossen gebruik gemaakt die de ploegen door de zware veengrond trokken. Voor de bemesting werd gebruik gemaakt van (Thomas) slakkenmeel. Later kwamen zakken vol van dat meel bij het ploegen aan de oppervlakte. Wie bedenkt dat de arbeiders bij het ontginnen 1 O cent per uitgestrooide zak kregen, zal daarover niet verbaasd zun ... Ook de hofstede "Den Akker" kon in die jaren als 'modelboerderij' beschouwd worden:
'Als de wandeling ons niet teveel vermoeit, gaan we zoover tot we rechts de prachtige modelboerderij "den Akker" kunnen vinden, eigenaar den WelEd. Geb. Heer de Beer Poortugael. Dit is wel één der grootste ontginningen, waar nevens landbouw, ook veeteelt wordt uitgeoefend. Er bevindt zich o.a. een zeer grote hygienisch ingerichte stal vol schoone koeien, benevens vele paarden telt men er honderden varkens, het pluimvee en de bijenkasten en men staat verbaasd, dat voor deze allen ruimschoots voedsel wordt gevonden op dezen grond waar eertijds bijna alles dorre heide was'.
Deze ontginningen waren eerst na de verdeling van de Voorthuizer maatschap, tussen 1886 en 1889 goed op gang gekomen. Bij de verdeling waren de gronden ingedeeld in drie klassen:

a. Grond, geschikt voor turfzoden en plaggen, zoals de maalschapsgrond in het algemeen was;

b. Streken grond, die zeer kennelijk van minder hoedanigheid zijn en

c. Streken grond, die even kennelijk van betere hoedanigheid zijn.

De hierboven geschetste ontginningen "Het Kieftveen" err ,,Den Akker" zullen wel tot de C-klasse behoord hebben.