DE HERVORMDE KERK AAN DE KERKSTRAAT

De eerste, voor zover bekende, vermelding van de kerk van Voorthuizen, dateert uit de 11 e eeuw en wel uit het jaar 1031. In het oorkondenboek van mr. Sloet van de Beele wordt onder nummer 157 een schenkingsbrief vermeld van Melnwerck.blsschop van Paderborn en kleinzoon van graaf Wichman, waarbij deze aan het Benediktijnerklooster Abdinckhof-gewijd aan St. Petrus en Paulus - de kapel te .Vorthusen" schenkt. In die jaren behoorde deze kapel nog onder de kerk van Putten. Overigens is deze akte door R.R. Post *) als vervalsing bestempeld.

De schenking wordt op 7 mei 1146 door Paus Eugenius 111 bevestigd en daarna nogmaals door Paus Lucius op 27 februari 1183. Wanneer de kapel tot zelfstandige kerk is verheven, is ons onbekend, maar midden 14de eeuw komen Putten en Voorthuizen als afzonderlijke kerspels voor.

Van de huidige kerk aan de Kerkstraat is alleen de toren nog van respektabele ouderdom, de kerk werd in 1865 afgebroken en daarna opnieuw opgebouwd. De toren heeft, volgens de Monumentenlijst, een rijzige onderbouw, waarvan de verdiepingen gemarkeerd worden door muizetandfriezen en dateert uit de 15e eeuw. De klokkeverdieping is 16e eeuws, heeft eenvoudige spitsbogige galmgaten en wordt bekroond door een fraaie, ingesnoerde naaldspits van grote hoogte.

Van de kerk die voor 1865 bestond, bestaat een fraaie, door Cornelis Pronck in ± 1730, vervaardigde tekening. Een kopie hiervan bevindt zich in het Veluws museum .Nalrac'' te Barneveld.

In hetzelfde museum treft men nog een aantal resten uit die oude kerk aan, namelijk een merkwaardig tufstenen Christuskop in Byzantijnse stijl die als sluitsteen van het koorgewelf heeft gediend en verder een paar sierlijk gebeitelde consoles waarop beelden hebben gestaan. Een van deze consoles stelt de maagd Maria met het kindeke Jezus voor, gesneden uit zandsteen. Jammer genoeg is het hoofdje van het Christuskind verloren gegaan. De in vroeger tijd zo bekende beschermer van kunst en monumenten, Victor de Stuers, schreef destijds in de Nederlandsche Kunstbode dat deze beeldhouwwerk fragmenten dateerden uit de 11e en 15e eeuw.

In zijn oudste vorm mat de kerk 16 x 8 meter. 1n de 13e eeuw werd de garfkamer gebouwd. Burgemeester Nairac vermeldt in zijn boekje "Nog een oud hoekje der Veluwe" dat hier de priesterlijke gewaden werden bewaard, de sacristie zouden we dus nu zeggen. De rest van de kerk zou uit de 15e eeuw dateren. In een andere bron lazen wij dat in de 15e eeuw de zogenaamde "oudemanshoek" werd aangebouwd, terwijl in de 16e eeuw de kerk van binnen werd verrijkt. In dit (kranten) artikel wordt de lezer verteld dat de garfkamer eerst in de 17 e eeuw zou zijn gebouwd. Gezien het doel van dit vertrek, bewaring van priestergewaden, lijkt ons dat wat ongeloofwaardig. Eind 16e eeuw was de hervorming al tot Voorthuizen doorgedrongen. De "verrijking" van de kerk in de 16e eeuw bestond uit het plaatsen van een drietal altaren, gewijd aan: St. Cornelius, St. Anthonius en het Onze-Lieve-Vrouwealtaar. Elk altaar vertegenwoordigde een zeker inkomen voor de kerk in goederen of in geld. Deze altaren behoorden bij de drie vicarieën, waarvan die van O.L Vrouw werd gesticht vóór 1383 en jaarlijks 43 pond opbracht.

De eerste predikant van Voorthuizen was Johan Lontius. Hij vestigde zich in 1592 in het dorp, maar bleef slechts twee jaar. Toch kunnen we stellen dat door zijn komst kerk en pastorie voor de katholieken verloren gingen. De voor de protestantse eredienst zo belangrijke kansel, werd in 1682 vervangen door een nieuwe eikenhouten preekstoel die in 1927 werd gerestaureerd. Op de koperen lessenaar is het wapen van de familie Van Middendorp afgebeeld met het opschrift: ,,Evert Heymen1770 - Van Middendorp".

De beide koperen lichtkronen in de kerk zijn geschonken door Teuntje Hendriks in 1740 en Hendrik Evertsen in 1749.

Het orgel is gebouwd door de gebroeders De Witte in 1878. Ter gelegenheid van de restauratie van het orgel in 1979 schreef plaatsgenoot G. Donkersteeg een lezenswaardig artikel in de Barneveldse Krant van 28 augustus 1979.

*) prof. dr. R. R. Post schreef onder meer: Kerkelijke verhoudingen in Nederland vóór de Reformatie van ± 1500 tot ± 1580. Utrecht, 1954 en Kerkgeschiedenis van Nederland in de middeleeuwen. Utrecht, 1957.