DE OPVLIEGENDE WIELRIJDER EN EEN ANDERE VECHTPARTIJ

Meer dan dertig jaar hebben de inwoners van het dorp Voorthuizen kunnen profiteren van de spoorlijn Ede-Nijkerk. Het baanvak Barneveld-Nijkerk werd op 1 december 1903 geopend maar in 1937 alweer voor het reizigersverkeer gesloten. Het station Voorthuizen bevond zich aan de huidige De Ruyterlaan, toen Stationsstraat geheten.

De afgebeelde overweg bevond zich in de Rijksstraatweg, thans Hoofdstraat, ter hoogte van café-restaurant .Buitenlust", wat in die dagen kennelijk ook nog logies met ontbijt kon aanbieden.

De overweg werd bediend vanuit het station waar Zomer of Mulderij de bomen naar beneden of omhoog draaide. Het was een routinehandeling geworden voor die twee, maar op maandag, 13 november 1910 ging het toch even mis ... ,Maandagnamiddag passeerde een wielrijder den rijksstraatweg alhier, juist op het ogenblik, dat de afsluitboomen van den locaalspoorweg werden neergelaten. Toevallig werd hij tusschen deze boomen, die vanuit het Station worden bediend, als 't ware opgesloten. Door vlug van zijn fiets te springen, wist hij echter een botsing te voorkomen. Toch maakte de vreemdeling zich hierover zoo boos, dat hij zich naar het Station begaf, waar hij den chef, den heer Zomer, na hem uitgedaagd te hebben, met een handvol grintkeien in het gelaat wierp. Niettegenstaande de chef alles deed om den opgewonden man te kalmeeren, gaf deze den beambte vervolgens een hevige slag in het gelaat, terwijl hij den assistent en een conducteur, die den chef wilden ontzetten, tegen den grond sloeg. Intusschen bewerkte de woesteling den chef nog maar steeds met zijn vuisten en trachtte dezen beambte zelfs op de spoorlijn te duwen, op het ogenblik dat juist een trein binnenkwam.
Was hem dit gelukt, dan was een noodlotting ongeluk niet te voorkomen geweest. Met heel veel moeite werd de vloekende en tierende woesteling eindelijk door zes personen overmand en met touwen en ijzerdraad gebonden, waarna ook de hulp van den rijksveldwachter Groenewoud alhier werd ingeroepen, die zich verplicht zag hem nog de handboeien aan te doen. Nadat hij eenigszins gekalmeerd was, bekende hij te zijn zekere J. A. Th. Winterink, van beroep steenhouwer en wonende te Amsterdam. Natuurlijk is tegen den opvliegenden wielrijder proces-verbaal opgemaakt'. Aldus een artikeltje in de Barneveldsche Courant van 17 november 1910.

Naast rijksveldwachters kende men in de gemeente Barneveld ook gemeentelijke veldwachters waarvan in Voorthuizen Jan de Jager wel de bekendste was. Niet voor niets werd er na zijn dood een weg naar hem genoemd. Op 4 juli 1877 werd Jan de Jager aangesteld tot gemeenteveldwachter met als standplaats Voorthuizen. Drie dagen tevoren was zijn vader, Willem de Jager, eveneens gemeenteveldwachter, gepensioneerd en benoemd tot onbezoldigd buitengewoon veldwachter. Willem was op 7 december 1846 als veldwachter aangesteld. Ook diens vader, Jan Teunissen de Jager, bekleedde een gemeentelijke funktie. Hij was plaatselijk deurwaarder te Voorthuizen.

Jan de Jager junior, om hem zo maar eens even aan te duiden, had de bijnaam "De Koejong" in Voorthuizen. Hij werd geboren op 23 maart 1846 in Voorthuizen en overleed op 21 april 1929. In Voorthuizen be.deedde deze veldwachter een vertrouwenspositie. Hij wist iedereen menselijk te benaderen en gaf aan een persoonlijke benadering de voorkeur boven een strikt ambtelijke. Jan de Jager stond er om bekend dat hij uitermate fraai kon schrijven; iets bijzonders in die tijd omdat er nog veel analfabeten waren. Hij droeg daartoe een inktpotje met zich mee dat met een koordje aan zijn vest vastgemaakt was. Jan Nas ook een vlot spreker. Zo is het bekend dat hij de 88 verzen van psalm 119 achter elkaar kon opzeggen. Verder beschikte hij over een ijzersterk geheugen en kon hij hele toespraken op rijm uitspreken. Een bijzonder mens, die Jan de Jager. Geen wonder dat men hem in Voorthuizen op één lijn stelde met de dominee en de meester! Toch was het niet allemaal rozegeur en maneschijn voor de veldwachters in Voorthuizen. Grote vechtpartijen waren vroeger aan de orde van de dag. Op 20 februari 1909 kregen enige inwoners van Voorthuizen het met een aantal boeren aan de stok: ,,Zondagavond ongeveer half negen heeft er in en bij het Café , ,de Vergulde Wagen" van P. Bouw alhier eene ernstige vechtpartij plaats gehad tusschen dorpers en boeren, waarbij op ouderwetse manier messen en stoelen als wapens gebruikt werden. Een zekere W. van de Kamp kreeg o.a. een diepe snede in den arm. Buiten werd de vechtpartij voortgezet en daar werd D. van Polen tegen den grond geworpen en zoo mishandeld, dat het bloed hem uit de mond en neus liep en hij nu nog het bed moet houden" (B'veldsche Courant 25 februari 1909).