DE MARKT IN 'T LEEUWENHOK

In Voorthuizen bekeek men vroeger de weekmarkt van Barneveld, ingesteld in 1852, toch altijd met een zekere afgunst. We maken deze opmerking niet om een mogelijke rivaliteit tussen Voorthuizen en Barneveld weer aan te scherpen. Het vermoeden dat de inwoners van Voorthuizen hun produkten liever ter plaatse aan de man brachten is beslist niet ongegrond. Tot de aanleg van de spoorlijn Ede-Nijkerk was men voor een tocht naar Barneveld, Putten of Nijkerk afhankelijk van paard en wagen. Daarnaast brachten de marktdagen ook de middenstanders wat extra inkomsten; boodschappen werden 'opgespaard' tot de marktdag. Nee, het verlangen naar een eigen markt was zeker op z'n plaats.

In december 1909 is er voor het eerst sprake van een commissie die zich zal gaan bezig houden met de oprichting van een weekmarkt in Voorthuizen. Deze wilde men elke dinsdag gaan houden, met ingang van 1 maart 1910.
De raad van de gemeente Barneveld besloot haar medewerking aan dit initiatief te onthouden omdat bij een 'echte' markt een marktmeester benoemd moest worden en er een waag diende te worden gebouwd. Een oplossing voor de impasse gaf de raad zelf aan. Men moest de verkoping geen 'markt' noemen en een en ander zou plaats moeten vinden op een partikulier terrein.

De commissie zat niet bij de pakken neer en dankzij de medewerking van Pieter Bouw, die zijn verenigingslokaal voor dit goede doel beschikbaar stelde, kon de markt op 1 maart 1910 van start gaan.

Eind februari plaatste Bouw een opvallende advertentie in de Barneveldse Courant waarin hij aankondigde dat iedereen vrije toegang tot het lokaal had voor de verkoop van eieren, boter, enz.: 'Bij koud weer wordt de kachel gestookt. Stalling voor paarden kosteloos. Bij regen kunnen kalveren, varkens, kippen enz. in de schuren gestald worden'. Ofschoon men tijdens de eerste marktdag met minder gunstig weer te kampen had, werd de aanvoer bevredigend geacht. Onder meer boter en 50.000 eieren werden ter verkoop aangeboden. Op het terrein had zich bovendien een aantal handelaren met tentjes opgesteld waardoor de 'verkoping' een echt marktkarakter kreeg.

In 1922 werd de eierhal gebouwd die bij de bevolking van Voorthuizen al spoedig de bijnaam ,,'t Leeuwehok" kreeg. Tijdens de bevrijding van Voorthuizen op 17 april 1945 werd het gebouw zwaar beschadigd. Het nog bruikbare hout werd benut bij de wederopbouw van de eveneens beschadigde Koningin Emmaschool aan de Kerkstraat. Vanaf 1945 werd toen de grote zaal van "De Vergulde Wagen" en het buitenterrein van dit hotel voor de markt gebruikt.
Inmiddels had de markt haar officiƫle status gekregen. Bij besluit van de gemeenteraad van Barneveld van 12 augustus 1924, nr. 7 411 (goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Gelderland in november 1924), werd de eieren-, pluimvee- en varkensmarkt te Voorthuizen ingesteld met de dinsdag als marktdag. Gedurende de jaren dat met name de eiermarkt in Voorthuizen heeft bestaan, bleek toch wel duidelijk dat de aanvoeren veel lager waren dan die bij de markt in Barneveld. Enkele cijfers illustreren dit op overduidelijke wijze: 1939: 6.000.000 (Barneveld: 101.131.000); 1956: 2.420.000 (Barneveld: 101 .250.000) en 1964: 2.756.000 (Barneveld: 121 .600.000). Na 1965 zijn ons geen cijfers van de Voorthuizense markt meer bekend maar het is duidelijk dat de aanvoercijfers achteruit gingen, misschien ook mede door de opkomst van de eierveilingen. Zonder veel ophef verdween deze markt in Voorthuizen van het toneel.